Patricia Jozef

Een roman over de kleine wereld van de liefde,
de grote ideeën en het dagelijkse falen daarvan.
                                     * shortlist ANV Debutantenprijs *
                                     * genomineerd voor de Hebban debuutprijs *
  • Een onmiskenbaar talent.

    De Standaard
  • Jozef beschikt over een ongenadige blik en een sardonisch gevoel voor humor.

    De Morgen
  • Een Woody Allen-achtige stem.

    DeWereldMorgen.be
  • Een bijzondere debuutroman.

    Chantal Pattyn
    Pompidou
  • Aangrijpend, deemoedig en hilarisch

    Guido Belcanto
  • Glorie is een verhaal dat verbaast, verrast en uitnodigt tot nadenken en filosoferen.

    Chicklit
  • Een subtiel-vilein boek.

    H ART Magazine
  • Een soepel lezend, overtuigend romandebuut.

    Hebban

Lees

Lees

Bio

Patricia Jozef - portret door Johan Jacobs

Patricia Jozef

- België (1975)

Pers

Lees de recensies en de interviews

Agenda

Agenda

Contact

Contact

Afdeling publiciteit De Geus

Lees

Columns

HART - magazine maart 2018O Michel

O Michel

Op een avond zit ik met een mooie, langharige man in een restaurant en we bespreken onze lingerie, waar we die kopen, hij de zijne en ik de mijne, welke broekjes goed zitten, wat betaalbaar is en elegant en wat van goede kwaliteit. Hij drinkt wit, ik rood, hij eet een gepofte rode biet en ik een wilde eend.

Het gesprek ontspint zich ragfijn en dient geen ander doel dan het delen van wat ons bindt, als mens, man, vrouw of van allebei een beetje. Behoedzaam en onbevreesd.

Bij het dessert schuift hij me over de tafel een boekje toe, Michel de Montaigne over roem.
Pas maanden later begin ik er in te bladeren en lees: Ik twijfel evenzeer aan mezelf als aan al het andere. Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.
Het hoogtepunt van de tekst is een lange, zakelijke opsomming van Montaignes gebreken. Dat zijn inzicht traag en verward is, dat hij zelfs in de onnozelste spitsvondigheden verstrikt geraakt en dat hij van schaken, dammen en kaarten alleen de grofste beginselen begrijpt. Dat Michel nooit een werk van zichzelf goed genoeg vindt, dat het beste verhaal van de wereld onder zijn handen saai en kleurloos wordt, dat hij niet kan amuseren of prikkelen, dat zijn uitspraak aangetast is door het onbeschaafde dialect van zijn geboortestreek, dat hij niet knap is en klein van gestalte, niet kan zingen, dansen, zwemmen, twee linkerhanden heeft en zijn eigen geschrift moet ontcijferen. Het is wat om een Michel te zijn.
Wil ik dat allemaal wel weten, dat Michel niet eens op een ordentelijke manier een paard kan opzadelen, een valk op zijn vuist kan dragen en een hond of paard kan toespreken? Ja, eigenlijk wel, ik lees het graag.
Wat later sluit ik het boekje met de bekentenis van iemand die niet kan veinzen en huichelen, zich niet achter een masker kan verbergen, wat me een goede afsluiter lijkt om eindelijk aan de afwas te beginnen. Terwijl ik water laat stromen op een aangekoekte pan, probeer ik de gedachte vast te houden. Ik ontmoet vele Michellen, maar vaak zitten ze gevangen in een hanige rol of in hun verschijning. Op plaatsen waar de kunst huishoudt bijvoorbeeld verschijnt uitzonderlijk veel bravado. Het verbaast me altijd weer opnieuw. Ik word het niet gewoon. En terwijl ik later op de tram zit, denk ik dat ik in een tijdschrift over kunst nooit over de kwetsbare mens zal durven schrijven. Nochtans een wezenlijk bestanddeel van de kunst, me dunkt, kwetsbaarheid. En wie een kunstwerk wil beleven, moet zich daarvoor openstellen. Maar onder elkaar, in de kunstscene zelf? Ho maar, ’t is eten of gegeten worden.
De onaffe mens, de onzekere mens, de zoekende mens, de hele literatuur wordt erdoor gedragen. In de intieme ruimte van een verhaal of een boek komen we elkaar tegen in afwijkende vorm. Het is het eigenlijke leven.
’t Is niet dat ik wil weten welk ondergoed eenieder draagt onder zijn kostuum, een rode string, comfortabele zakelijkheid of een uitgelebberd geval. En wie al dan niet een paard kan opzadelen. Maar toch, soms kan een beetje twijfelen ook geen kwaad.

De Standaard 09/02/2018Wie is hier de hoer?

WIE IS HIER DE HOER?

Schrijf over wat je kent. Als er één klassiek schrijfadvies is dat Vlaamse en Nederlandse schrijvers goed in de oren geknoopt hebben, dan wel dit, volgens Mark Cloostermans (DS 9 februari).

Omdat schrijvers vaak beroepen hebben die verwant zijn aan het schrijverschap, zijn personages vaak journalisten, redacteurs, kunstenaars en inderdaad, schrijvers.

Het zijn interessante observaties, die ook actueel zijn in het publieke debat over het gebrek aan etnische en genderdiversiteit in de Nederlandstalige literatuur. Naar aanleiding daarvan verscheen aan de Universiteit Utrecht een onderzoek dat een demagogisch landschap van literaire personages in de recente Nederlandse roman objectiveert in cijfers. 170 romans uit de Libris Literatuurlijst werden daarvoor onder de loep genomen. Ruwweg 70 procent was geschreven door een man en 30 door een vrouw.

In de top 5 van de meest voorkomende beroepen staat de student op nummer 1 en 2. Dat roert niet echt.
Frequente beroepen van mannelijke personages zijn vervolgens: nummer 3 ondernemer, 4 leraar en 5 dokter. De top 5 van beroepen voor vrouwelijke personages bestaat uit: 3 prostituee, 4 huisvrouw en 5 verpleegster. Het is de Librislijst van 2013, niet die van 1905.

Dan doet een mens al eens een poging om zijn eigen sociologische kringetje te verlaten, krijgen we dit. Bizar. Want laat ons wel wezen, weinig waarschijnlijk dat de grote groep schrijvers na het werk de fluo string en andere opwindend speelgoed aan de haak hangt, en het rode licht uitknipt om zich na de nachttaak aan de letteren te wijden. Of ik moest me schromelijk vergissen.

Hier wordt veel gezegd over beeldvorming. Wat, daar moet u zich zelf het hoofd maar over breken.

Zou het kunnen dat er nog iets meespeelt? Ik heb het over de spanning die er bij de schrijver zit op het autobiografische aspect. Verguisd door de ene, gekoesterd door de andere. Het blijft iets onontkoombaars. En dus ook iets om van te vluchten, of om tegenpolen op te zoeken.

Hoe vaak werd ikzelf aangesproken over mijn artistiek oeuvre (dat niet bestaat, alleen in mijn roman), maar bijvoorbeeld niet over mijn farcen bij de koning (nochtans 100 procent autobiografisch). Moest ik op een dag genoeg hebben van de hardnekkige aandrang om de auteur met zijn personage te laten samenvallen, dan denk ik dat de verleiding groot zou zijn om eens een beroep te kiezen waar geen lezer mij mee identificeert. Een hoer bijvoorbeeld. Om maar iets te zeggen.

De schrijver is bij voorbaat altijd verdacht. Hoezeer hij ook ontkent of zwijgt. Want we weten allemaal dat er één ding is dat je niet mag doen wanneer de kamer stil wordt en het gezelschap ongemakkelijk vanwege een stinkende scheet, als eerste roepen: ‘Het was niet ik!’

DE STANDAARD 08/02/2018Door de bomen het bos (en omgekeerd)

DOOR DE BOMEN HET BOS (EN OMGEKEERD)

Geschiedenis laat zich niet zomaar wegvagen. Erfgoed laat zich niet zomaar klein krijgen door vernieling (DS 8 februari), of door begroeiing, want lasertechniek maakte zopas in een stuk jungle van 20.000 m² een Maya-site zichtbaar (DS 7 februari). Huizen, tempels, paleizen, straten en piramides , uitgestrekt over het grondgebied van Mexico, Guatemala, El Salvador, Belize en Honduras. Lidar-technologie maakte een dwarsdoorsnede van het landschap met gedetailleerde diepteverschillen, begroeiing werd virtueel weggeknipt, waardoor archeologen een duidelijk beeld kregen van het landschap.

Specialisten hoeven de jungle geen jaren meer te doorzoeken zonder ooit iets gevonden te hebben. Vanuit een vliegtuig dwars door de bomen kijken is een nieuwe realiteit geworden.

Ook in Vlaanderen worden regio’s op deze manier gescand naar verborgen erfgoed en sporen van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. In een fractie levert het gegevens op, terwijl er met de oude wijze -lokale graafwerken en historische bronnen- anders lang over gedaan zou zijn.

Het doet me denken aan een burgervader die vertelde over zijn helikopteravontuur, niet om het nachtelijk meanderen van zijn Schelde te bewonderen, maar om de criminaliteit in zijn stad vanop grote hoogte waar te nemen. Hoe geavanceerde technologie de politieheli in staat stelde om een dief te achtervolgen die door de straten vluchtte, en hoe de gemotoriseerde grondtroepen door minutieuze aanwijzingen de achtervolging konden inzetten, zelfs toen de man in het volstrekte duister een bos indook waar de politie geen hand voor ogen zag. De warmte van het vluchtende lichaam was een makkelijk te volgen infrarode stip in een zwart landschap. Verstopt onder een hoop bladeren en dus niet voor het blote oog zichtbaar maar technisch wel, werd hij geklist door de politiemannen, die –op aanwijzing van bovenaf- op hun gemak naar de plek wandelden. ‘Kom er maar onderuit.’

Heldere overzichtelijkheid heeft me nooit zoveel bekoord. Misschien heb ik het talent niet om een wereld te begrijpen vanuit vogelperspectief. Onmetelijkheid vatten in een particulier gebeuren, ogenschijnlijk onbeduidend. Een man onder een hoop bladeren, dat is waar mijn verbeelding vertrekt en vaak een hoge vlucht neemt naar een groter verhaal.

“Ik kan de werkelijkheid alleen weergeven, indien –en misschien juist doordat- ik er nooit dichtbij kan komen,” schreef Hella Haasse. Het ondoordringbare landschap van Java waar in ze opgroeide versterkte haar aangeboren aanleg tot waarnemen.

Afstand en nabijheid.

Het spreekt waarachtig tot de verbeelding, de ontdekking van zo’n immense Maya-stad. Maar het benieuwt mij evenzeer hoe verhalen zich in de toekomst zullen ontwikkelen, nu techniek zonder slag of stoot de laatste geheimen weet te ontsluieren, en Jommeke zich nooit meer een weg door de jungle moet hakken.

de standaard 07/02/2018RIP, RIP, hoera

Hahaha

De dood is niet het einde van de wereld. Of : een dood is niet het einde van mijn leven. En toch, hoe moeilijk is het om erover te spreken, laat staan te spreken met een stervende. Want die zijn er. Kijk goed rond. Je zult ze niet zien.

Philippe Geubels brengt ze op het scherm. Naast een slimste mens, een zingende mens, staat daar plots een levensechte bijna-dode mens. Nadat we de tafel hebben geruimd, de vuilnisbakken buiten gezet en de boekentassen hebben klaargemaakt, genesteld in de zetel voor een welverdiende zondagavondrust, worden wij geconfronteerd met het einde van het leven. Dat hadden wij niet besteld.

En toch, 1, 7 miljoen niet-wegzappende kijkers voor een aflevering van Taboe over ongeneeslijk zieken. Gespannen wachtend op de vragen die ik zelf niet durf te stellen aan een stervende: ‘Hoe is’t?’ En: ‘Hoe is dat, doodgaan?’
Ik heb gehuild. En verdorie goed gelachen.

Wat is een foute mop? (dS 7 febr) Goede humor waagt zich aan de rand, schuurt tegen het kantje en het boordje. Niets zo vervelend als de komiek die daar niet over nadenkt en zichzelf systematisch boven zijn onderwerpen van spot verheft. Niets zo bewonderenswaardig als iemand die zich op onmogelijk terrein begeeft en daar iets goeds mee doet.

Dood krijgt doorgaans weinig plaats in het leven. Veel verder dan een kerk of een crematorium reikt onze ervaring niet. De handen gevouwen rond een natte zakdoek, koude stoelen, rillend en zwetend een ongepast heftige snotterbui bedwingen, wat sacrale gezangen. Bist du bei mir,geh ich mit Freuden. Het zal wel. Bach komt altijd wanneer de moeilijkheden voorbij zijn. Zo gaat dat met grote kunst.

Want wat met de banaliteit van een stikkend, slijm ophoestende meisje, een ALS-patiënt die zijn armen niet meer kan bewegen en graag sigaartjes rookt, iemand die wil vertellen over uitzaaiingen en de angst dat haar kinderen haar zullen vergeten? Of je grootvader die, op een zondagnamiddag, volkomen uit het niets, zegt dat hij bang is om alleen te sterven. En de meest laffe versie van jezelf: ‘Wil je nog koffie, opie?’

Het blijft moeilijk, spreken over de dood met stervenden. Je kan het taboe noemen, of gewoon een verlammende onmacht die alle woorden laat stokken, die het koud laat worden rond ons hart, dat nochtans even vitaal en probleemloos blijft verder kloppen. We kunnen het niet helpen.

Televisie maken is een commerciële onderneming. En heeft iets voyeuristisch. Televisie waar mensen hun zieltjes aan kunnen warmen. New sincerity, een maatschappelijke trend (dS 2 februari). Viermaal akkoord. Maar het blijft moedig, wat Kat Steppe en Philippe Geubels doen. Onze grootste angsten binnenloodsen in huiskamers. Opmerkelijke televisie, voorgeschoteld op serene wijze.

Bravo voor zoveel durf. Of: RIP, RIP, hoera.

de standaard 06/02/2018Hannah Arendt in een Billy boekenkast

HANNAH ARENDT IN EEN BILLY BOEKENKAST

Design your own life. Het uitdrukken van persoonlijkheid door middel van koopwaar is de corebusiness van Ikea. We trachten ons leven in het klein vorm te geven met een guitige tafellamp en een hippe slakom (Thijs Lijster in dS 30/1).

Het is een boodschap die ook ketens zoals H&M meegeven: hun democratische prijzen geven de mogelijkheid om modieus en vlot door het leven te wandelen, voor iedereen en ten allen tijde. De inhoud van een kleerkast of een interieur verandert mee met wie we zijn. Of met wie we worden. Want een mens is niet dezelfde op zijn twintigste als op zijn zestigste.

Dat was ooit wel anders. Toen we nog vastgekluisterd zaten aan een uitzet waarvoor gespaard moest worden. Dat zware meubelstuk in de living van nonkel Pierre en tante Magda, onwrikbaar vastgepoot zoals het onveranderlijke leven in een oude tijd. Die donkere, eiken kast in de even donkere huiskamer is het schrikbeeld geworden van het logge leven dat we van ons afgeworpen hebben als enige mogelijke toekomst.

Daartegenover staat het wendbare leven met een licht hanteerbare, blankgelakte boekenkast.

De keuze is snel gemaakt.

Ons koopgedrag loopt evenredig met een emancipatorisch proces. Tijdelijkheid mag, kan en is gewenst. Deze betaalbare vrijheid heeft een prijs. Wat vandaag een behoefte bevredigt, voedt het kortetermijndenken en toont een zorgwekkende schaduwkant.

Een kast wordt niet meer gemaakt om generaties te overleven. Drie keer verhuizen en de vijzen draaien zot. Geen probleem, wat kapot is wordt vervangen. En voor we er erg in hebben, gaan we niet meer gebruiken, maar verbruiken. We denken in termen van een korte levensduur. De overvloed waarmee gebruiksvoorwerpen van de lopende band rollen, verandert hen in consumptiegoederen. In de behoefte om de dingen waarmee we ons omringen, kleren, meubels, in een steeds sneller tempo te vervangen, kunnen we het ons niet meer permitteren ze te gebruiken met de zorgzaamheid die hun inherente duurzaamheid bestendigt. Wat Hannah Arendt zestig jaar geleden verwoordde in Vita Activa, lijkt geschreven voor vandaag.

Toegegeven, ook mijn leven zit deels geordend in dozen en een kast van Ikea. Ook ik kan verrukt zijn door de aankoop van ideale feestservetten. Ook ik droom 4 mogelijke levens bij het doorbladeren van een catalogus. Een ook ik zie daarin niet altijd iets verkeerd.

Maar toch. We worden voortgestuwd door noden die we niet meer van elkaar kunnen onderscheiden. De noden van een lichaam of die van een leven? Onze maatschappij wordt een hongerig monster dat vreet en schijt in een razend tempo en dat –om te blijven voldoen aan die behoeftebevrediging- op een dag zichzelf zal opvreten.

de standaard 05/02/2018#Merci

#merci

En er zijn dingen waarover ik liever zwijg. Over een Belg bijvoorbeeld, in een klas met anderstaligen.

Nochtans is er genoeg taal, en kom je met werkwoorden als hebben en zijn, eten, en drinken al een eind.
Ik zou dus kunnen vertellen over problemen waar wij, Belgen zoal mee kampen. Dat we teveel drinken (14%), teveel eten (43%), een te volle agenda hebben (34,5%), teveel op sociale media zitten (70%). Ik zou kunnen vertellen over nobele initiatieven die ons bezighouden, zoals 30 dagen zonder klagen, of Tournée Minéral.

Alle zorgen in een mensenleven zijn legitiem. Tijdsdruk, een vette lever, en ja, ook een dikke poep.
Maar we moeten eerlijk wezen. Als dat de voornaamste bekommernissen van de laatste maand waren (samen met het wegwerken van cadeaus die we niet gevraagd hebben) dan behoort u, net als ik, tot de grote groep die zich deze luxe kan veroorloven.

In januari en februari trekken wij ten strijde tegen wat ons leven naar de knoppen helpt. We gaan collectief in groepstherapie en moeten als junkies afkicken van het teveel. In dat hysterische gevecht wijzen we demonen aan die ons het leven zuur maken (alcohol, voedsel, werk, internet).

Soms komt zo’n anderstalige in de klas, zo’n transmigrant, vluchteling, inburgeraar of gelukzoeker, hoe je hem ook noemen wil (vaak heeft hij een naam, zoals Samer, Ali of Navid) vertellen dat hij zijn kinderen na jaren terug zal zien, of iets over elektriciteit en gevangenis en dan zoeken we het woord martelen op, of iets over een bom, of over honger. In de weekendkrant (DS 3,4 februari) lezen we over Darya Safai, die weet dat ze nooit terug zal kunnen naar Iran, ook niet om een vader of zus te begraven of om een moeder te troosten.
Geen mens wiens empathisch of rechtvaardig vermogen dan niet geroerd wordt.
Aan empathie vaak geen gebrek, aan redelijkheid wel.

79,3% van de Belgen loopt geen tot weinig risico op armoede. Een lezer van dit stuk bevindt zich op een van de meest bevoorrechte plaatsen in de wereld. Hoe lang is het geleden dat u nederigheid voelde bij dit besef? Wie hierover langer dan 2 minuten moet nadenken, is het verleerd.

En toch blijven wij gefixeerd op onze kleine zorgen, verzilveren die tot belofte van de maand. Nee, wij gaan niet meer drinken. Ja, wij gaan minder zagen.
Ik stel voor om een vergeten waarde collectief uit het slib te trekken en een maand vast te houden. Dankbaarheid bijvoorbeeld. In al zijn prachtige oubolligheid. Niet als oplossing voor wereldleed, niet als opgedrongen optimisme, maar als contragewicht voor de waan van de dag. Kritiek definieert een mens, dankbaarheid niet. Nochtans, het zou ons niet misstaan. Gewoon proberen. Een maand. Of langer.
#merci

Fragmenten uit Glorie

Je zou kunnen beweren dat dieren onsterfelijk zijn. Omdat ze louter bestaan als deel van hun soort. Als exemplaar. En dat de mens sterfelijk is. Omdat zijn leven een eigen geschiedenis heeft van geboorte tot dood.
Je zou ook kunnen zeggen dat de grootheid van mensen erin ligt dingen voort te brengen die de stempel van onvergankelijkheid verdienen. Beroemd worden, iets doen waardoor je naam verder blijft leven. Een spoor nalaten. Iets belangrijks doen. Of tenminste iets doen. 

GLORIE - p. 9

Hij vraagt: ‘Wat doe jij hier?’ Alsof hij me tegen het lijf loopt in Vladivostok. Nee, dat zegt hij niet, hij zegt eerst ‘Hey’. ‘Hey, wat doe jij hier?’ Geen enkele aanspreking kan tegenwoordig zonder deze vlotte veeg. Iedereen joviaal.
Ik antwoord dat ik in de straat woon. Hij zegt daarop dat hij dat fantastisch vindt. Daarin heeft hij vast groot gelijk, maar ik kan niet bedenken waarom. Wanneer ik een stukje zwaardvis bestel, zegt hij: ‘Lekker’, en voegt daaraan toe dat je zulke vis niet gauw bij een andere winkel vindt, en dat hij daarom zo graag hier komt. ‘En, what’s up?’ vraagt hij dan, alsof we niet in een viswinkel in Vladivostok staan, maar in een saloon in de Old West. 

GLORIE - p. 12

Het is niet dat ze over de gehele lijn ongelijk heeft, natuurlijk niet. Maar haar enge verwachtingspatronen laten me geen keuze. Het bondgenootschap dat ze me opdringt kan ik niet ondertekenen. Er is iets wat een benauwd gevoel in mijn borstkas veroorzaakt, de cafeïne van het bekertje smerige koffie, de razernij van Sarma, of haar woede op Marcel.
Sommige vrouwen denken het opportunisme van hun mannelijke evenknie te moeten kopiëren in naam van een rudimentair idee van feminisme. In naam daarvan vindt Sarma het gerechtvaardigd Marcel uit de weg te ruimen om voor zichzelf plaats te maken. 

GLORIE - p. 188

Maar we waren zo jong. Ik wilde leren schilderen, technisch vernuft opbouwen, verf en kleur begrijpen, mijn hand laten zoeken naar de kracht van de vorm. Vervoering door het schilderen, niet dor de pijn van het denken.
Op een ochtend vond ik in een container bij de beeldhouwafdeling een ruwe gipsvorm. Een schelp in de vorm van een slakkenhuis. Diep verweerd materiaal, met groeven en vuil waaronder tinten van wit schemerden dat ooit gewoon maar gips was, met draden van jute die zich als dode zeewierslierten rond de schelp slingerden. In die schelp zag ik een heel leven. 

GLORIE - p. 196

Ik vertelde over mijn wanhoop.
Daarop vroeg hij: ‘Ben jij gelukkig, Marcel?’
Ik aarzelde maar antwoordde dan toch dat ik het niet zo’n belangrijke vraag vond. Dat ik dacht dat geluk veelzijdig en gecompliceerd is. Ik vroeg of het fout is om je niet gelukkig te voelen. Ik stopte mijn betoog. Want om te filosoferen was ik niet gekomen.
‘Zeg je hiermee dat je ongelukkig bent?’
Toen ik daar niet op antwoordde (hij had niet geluisterd dus vond ik het niet nodig om op mijn beurt zijn vraag te beantwoorden), stond hij op, pakte een stoel en sleepte die naar de andere kant van de kamer. ‘Laat ons zeggen dat dit de goede kant van het leven is. De gelukkige kant van het leven. Deze stoel zegt: ik wil gelukkig zijn. Kom er maar eens op zitten,’ zei hij en klopte uitnodigend op het zitvlak.
Ik stapte naar de stoel en ging zitten.
‘Je kijkt met veel wilskracht tegen het leven aan. je beslist om sterk te zijn. de kracht van de wil. Nietzsche, dat zul jij beter weten dan ik.’
‘Ik geloof dat we Nietzsche hier niet in moeten betrekken.’
‘Tuttut,’ zei de psycholoog, wat me deed denken aan een dialoog in een familiestrip. Hij pakte een tweede stoel en stelde die op in de andere hoek van de kamer.
En nu, dacht ik, nu gaat hij zeggen dat ik daar moet gaan zitten. 

GLORIE - p. 14

In het derde jaar schilderde ik dieren. De monumentaliteit van een pinguïn, de onverstoorbaarheid van de luiaard in een boom. Een koe en haar onmetelijke, lege blik op de wereld. De prachtige trapeziumvormige kop met het perfecte wit en het perfecte zwart, diep en vol van kleur, probeerde ik te benaderen door bruine en donkerblauwe olieverf te mengen tot een rijk zwart, vele witten door elkaar te mengen tot een geschakeerd diep wit. Loodwit was het mooiste volle wit. Het sloot het dichtst aan bij de kleur van de gipsen beelden die ik in de containers van de beeldhouwklas vond. Warm van toon, sterk dekkend met een toplaag die iets nageelde. Wat ik nodig had om mijn schilderijen dat sleetse mee te geven. Met deze ongezonde verf maakte ik portretten van oude mensen. Probeerde hun blik te vangen, het ontbreken van elk contact met de wereld, dezelfde onmetelijke leegte die ik bij koeien zag.
Op een dag projecteerde ik de hoofden van de demente bejaarden over de foto’s van koeienkoppen. ‘Monsters!’ riep de leraar op de klassikale bespreking. ‘Weet je wat voor verschrikkelijke beelden jij maakt?’ 

GLORIE - p. 198

Bio

Patricia Jozef (België 1975) studeerde schilderkunst in Gent en filosofie in Brussel en Amsterdam. Zowel in het schilderen als in de filosofie zocht ze verhalen. Nu geeft ze les aan migranten en ziet dagelijks uiteenlopende levens passeren.

In augustus 2017 verscheen haar debuutroman Glorie bij uitgeverij De Geus.

Foto’s Johan Jacobs.

Patricia Jozef - portret door Johan Jacobs

Bestel het boek hier.

De pers over GLORIE

De Standaard

Mark Cloostermans

“Als deze roman een probleem heeft, dan is het dat Jozef te veel te vertellen en te veel talent heeft. (…) Tussen de kaften van Glorie zitten een sociale komedie, een kunstenaarsroman en een familieroman: ze zijn er alle drie, de een beter uitgewerkt dan de ander.” 

Lees meer …

De Morgen

Cathérine Ongenae

“De roman heeft de bezwerende kracht van een psychologische roman, maar ook de sprankelende intellectuele prikjes van een ideeënroman.”

Lees meer …

DeWereldMorgen

Walter Lotens

“De sterkte van dit boek is dat deze filosofische achtergrond achter de goede pen van Patricia Jozef verdwijnt, maar toch voortdurend aanwezig blijft. Door de onmiskenbare aanwezigheid van deze literaire magie krijgt ‘Glorie’ wel een zeer eigen klank.”

Lees meer …

H ART Magazine

Marc Ruyters

“Patricia Jozef fileert genadeloos het milieu van academies, kunstenaars, curatoren, galeriehouders en andere stakeholders in het hedendaagse kunstmilieu.”

Lees meer …

Hebban

Jan Stoel

“Een soepel lezend, overtuigend romandebuut.”

Lees meer …

Nederlands Dagblad

Hans Ester

“Patricia Jozef is een begenadigd verteller, maar dat komt in haar nieuwe roman niet uit de verf. (…) gaat Bodine ’s nachts uit verveling naar de kamer van de vreemde paljas Jerome om met hem te slapen. (…) Dit is te walgelijk voor woorden.”

Lees meer…

Chicklit

Marloes Otten 

“Glorie is een verhaal dat verbaast, verrast en uitnodigt tot nadenken en filosoferen.”

Lees meer …

Hebban interview

We Love Lit

“Denken, bedenken, uitstippelen, pesten, plagen, zorgen, lachen, troosten, teasen, pleasen, verleiden, woedend zijn, vechten, dromen, dansen. Al die dingen kunnen in een roman.”

Lees meer …

Gazet van Antwerpen

“Waar gaat al die glorie over? Dat is de vraag van het boek.”

Lees meer …

Gazet van Antwerpen, regio Mechelen

“Ik zette er mijn tanden in en liet vijf jaar niet meer los. Als een buldog.”

Lees meer …

 Literair Nederland

Het eindejaarslijstje 2017

“Een grote ontdekking het afgelopen jaar was de Vlaamse schrijfster Patricia Jozef”

Lees meer …

Debutantenbal Passa Porta

“Ik haat telefoneren.”

Agenda

Binnenkort

19-10-2018 Universiteit Antwerpen ARIA

Time and Space to Create/ Artistic statement: on inspiration

 15:30

https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/aria/activiteiten/onderzoeksseminaries/time-and-space-to-cr/

 

27-10-2018 VERS BLOED bezet boekhandel

Voorbije events
16-09-2017 Boekpresentatie Glorie

Met Guido Belcanto en Maud Vanhauwaert in Galerie De Zwarte Panter Antwerpen

11-09-2017 Pompidou

Patricia Jozef is te gast in het Klara programma Pompidou. Met Kendell Geers en de theatermakers van Kuiperskaai

23-09-2017 Vooruit Gent

Vijf gouden verhalen. Graduation speech voor de afgestudeerde van LUCA School of Arts

22-10-2017 Boekhandel Libris Venstra Amstelveen

Patricia Jozef leest voor uit Glorie. De Literaire Karavaan, met Hugo Blom, Mischa Cohen, Janneke Siebelink e.a.

28-10-2017 Standaard Boekhandel Mechelen

Patricia Jozef signeert en leest voor uit Glorie. Met Lenny Peeters

29-10-2017 Standaard Boekhandel Puurs

Patricia Jozef signeert

29-10-2017 Boekenbeurs Antwerpen

Signeersessie Hal 4

4-11-2017 Boekenbeurs Antwerpen

Debuut in de kijker. Interview met Roderik Six
Signeersessie Hal 4

9-11-2017 Boekhandel Limerick Gent

Patricia Jozef leest voor uit Glorie. Interview met Lenny Peeters

11-11-2017 Boekenbeurs Antwerpen

Signeersessie Hal 4

7-12-2017 Debutantenbal Passa Porta, AB Brussel

De nieuwe lichting debutanten wordt geïnterviewd door Annemie Tweepenninck. Met Astrid Haerens, Sanne Huysmans, Lenny Peeters, Hannah Roels, Aya Sabi, Sytske van Koeveringe, Vincent Van Meenen en Herman Brusselmans.

18-12-2017 De Kring Amsterdam

Patricia Jozef leest voor uit Glorie. De Literaire Karavaan, met Hugo Blom, Mischa Cohen, Janneke Siebelink e.a.

11-3-2018 CronopiO Antwerpen

Schrijvers op zondag

15-3-2018 Athenaeum boekhandel Amsterdam

Daar komen de Belgen: interview door Thomas Heerma van Voss 

31-3-2018 Debutantenbal Brakke Grond Amsterdam

audiofragmenten uit Glorie en signeersessie 

14-4-2018 Bookstore Day Breda/Grand Theatre

met De Literaire Karavaan

21-4-2018 Groene Waterman Antwerpen: maand van de filosofie

Het vraagstuk van de vrijheid. In gesprek met Sanne Huysmans

3-5-2018 Barboek Leuven

interview door Roderik Six 

5-5-2018 Demain Antwerpen/26 jaar Demian

interview: de lastige vragen van Dirk Leyman

6-5-2018 Filosofiehuis Het zoekend hert Berchem

Face-to-face philosophy

01-07-2018 Dordrecht/Dordtse boekenmarkt

voorleessessie op een boot, interview door Jelle Van Riet, uitreiking ANV Debutantenprijs

03-08-2018 TAZ Oostende

(n)ooit gelezen: De Kapellekensbaan, panel met Koen Peeters

 

 

Contact

Afdeling publiciteit De Geus

Nederland

Jill Tio

België

Inge Janssens
Schrijf een bericht